Tagarchief: Dood

Uitweg

Ik heb afscheid genomen
Weet alleen nog niet waarvan
Ik verneem namelijk niets dan stilte
Vanuit een leegte in mijn borst
Een leemte vol verdrietige eenzaamheid
Omsloten door een muur van onbegrip
In het donker gehurkt tegen het bouwwerk rond mijn hart
Elke ingang voorzien van een loodzwaar slot
Aangeboden hulp overhandigt mij een sleutelbos
Die binnen het circuit de rol van loper vervult
Maar mijn gecompliceerde vergrendeling blijkt uniek
Van improductieve gesprekken naar het slikken van medicijnen
Links- noch rechtsom draaien verschaft mij vrije toegang
Het inzicht héél graag willen, blijkt gewoonweg niet genoeg
Reikhalzend verlang ik naar het plukken van de vruchten
Met de zoete smaak van rustgevende tevredenheid

In plaats van het voelen van belonende voldoening
Dendert mijn bestaan voort gelijk een trein
Mijn coupé stroomt vol met medereizigers
Zelfs in hun gezelschap voel ik bittere eenzaamheid
We naderen een halte en minderen duidelijk vaart
Hoe weet ik of dit een tussenstation is of het eindpunt al?
Niemand roept iets om, geen hand pakt begeleidend de mijne
Onzeker kijk ik om mij heen en zie medereizigers opstaan
Hun kleine rugzakje met alle gemak over de schouder gooiend
Mijn reusachtige plunjebaal gevuld met baksteen
Met een schok komt de trein weer in beweging
Vlot besef dat ik te laat ben om uit te stijgen en te blijven
Het enige geboden alternatief voor stilstaan in het heden
Is de terugkeer naar het toen of de onzekerheid van straks
Tranen vinden hun weg over mijn wangen
En slijten diepe groeven in de hoeken van mijn mond
Uit het raam van het razende voertuig zie ik slechts pikzwart
Het eindpunt van de reis mijn ziel
Mijlenver in donkere oneindigheid
Zie ik aan het einde van de tunnel nu een schijnsel?
Nee, zelfs dat licht dooft verder dag na dag

Ooit was het leven iets dat mij aansprak
En ik praatte terug door het te omarmen
Enthousiaste bewegingen van weleer
Veranderde in het louter optrekken van mijn schouders
Destijds met overtuiging gedane uitspraken over geluk
Weerklinken alleen nog als een echo in mijn lege ziel
Ervaren van mijlpalen reeds lang verworden tot slechts gewaarworden
Het leven toont dapper zijn kracht door mij nog altijd te laten bestaan
Ik realiseer me nu waarvan ik afscheid nam

Onderbroken

Tergend langzaam verdwijnt het donker van de nacht
En gaat over in het confronterende licht van wederom een nieuwe dag
Morgen ziet de wereld er weer heel anders uit en ben je wel wat opgeknapt
Goed bedoelde woorden die geen verzachting vormen voor jouw open wond

Negatieve emoties stonden in je hart te bonken om de barrière te doorbreken
De woede, intense eenzaamheid en het snijdend verdriet zijn allesomvattend
Toen het duister van de nacht zich aandiende werden jouw gedachten ook pikzwart
En nu de dag haar licht op de wereld en ook op jou schijnt kleurt dit nog niet bij
Invloed op wat gebeurde had je niet want meer dan een tussenstation mocht je niet zijn
Stom dat je de waan had zijn eindbestemming te kunnen vormen

Hij was zomaar je leven ingestapt, spontaan
Zoals je op een zomerdag de trein pakt richting zee
Zonder twijfel en vol enthousiasme reisde je met hem mee: een avontuur
Hij leek de weg te kennen naar die plek die jij al zolang zocht
Als twee-eenheid onderweg naar de bestemming die ultiem geluk zou heten
Hij stevig en alwetend aan het stuur, jij ernaast als co-piloot
Vertrouwend op jouw inzicht als hij niet kon kiezen tussen oost en west
Jij waarschuwend voor verkeer van rechts verlatend op zijn vermogens
Altijd samen, nooit apart

Nog steeds begrijp je niet hoe iets ertussen kwam
Waarom jullie ruwweg gedwongen werden jullie levensreis te onderbreken
En de vraag is niet waarom jij het overleefde
Maar waarom je wederhelft nooit meer naast je mag staan
Niemand weet wat je voelt, ze kunnen het ook niet begrijpen
Hoe leg je uit wat dertig angstaanjagende minuten kunnen doen?
Toen je naar hem keek waren dertig milliseconden al genoeg
Je stortte van de hemel in de hel en slikte je tranen weg
Hij wilde je niet zien huilen, maar verdomme: je was vanwege hem
Het afscheid onverwacht, onvoorbereid en boven alles ongewild
Niemand kon de tijd voor je kopen die je zo graag had bezeten
Het lot bepaalde wat er zou gebeuren, maar het voelt nog steeds als jouw falen
Hoe kun je nu genieten van wat er over is gebleven: een leeg bestaan
Waar je schreeuw om zijn terugkeer als een echo steeds opnieuw wordt teruggekaatst

Aftellen

Aftellen
Voorzichtig gloort de lentezon aan de horizon
Haar hoopgevende rode gloed voor jou absent
Een kaarsrechte lijn vormend
Ononderbroken één der vaste waarden van het bestaan
Net zo permanent als jij het leven zelf achtte
In je herinnering brengt een nieuwe dag hetgeen je wenst
Mits oprecht handelend naar eer en geweten
Doch, hemellicht beschijnt jouw lijf niet meer
De schemering van je leven bezorgt je enkel een silhouet
Verdere invulling van de schaduw van de toekomst door jouw maker niet geschonken
Weglopen van je eigen historie bleek onmogelijk
Je verleden blijft je volgen, hoe dan ook
De voorbije jaren had je kansen behoren pakken
Opties en mogelijkheden moeten verzilveren
Je motto was nooit met weemoed terug te kijken
Nu weet je; je beleefde niets intens genoeg
Voor jou geen afscheid met nostalgisch sentiment
Louter spijt over je tekorten en het vele falen
Het optimisme van een nieuwe dag kan jouw gevoelens bijna niet verdragen
Je donkere gemoed had achter moeten blijven in de nacht
Afgeschud en achtergelaten in dromen die verwerken
In plaats daarvan drukken verdriet en angst onveranderd zwaar
Want dromen doe je, net als slapen, allang niet meer
Doffe kringen onder je ogen zijn getuigen van een solitair slot
Een eenzame apotheose, climax en ontknoping van jouw reden tot bestaan
Bewegingsloos liggend in een bed dat tijdens je leven is opgemaakt door jou
Vóór jou
In terminaal isolement geen ander geluid dan het onverstoorbaar tikken van een klok
Helaas ook het volhardende maar ongewenste kloppen van je hart