Tagarchief: DJ

Wonderful Days – Vincent de Vries

Cover boek Wonderful DaysEen jaar of vijftien geleden had ik een ‘ontmoeting’ met Mental Theo. Ergens Backstage, het feest staat me niet eens meer bij. We werden aan elkaar voorgesteld en toen ik zei dat ik van Partyflock was zei Theo: ‘Dat is toch die site met al die pillenslikkers en snuivers?’ Mijn respons was even snedig als gemeen: Mental Theo? Jij bent toch die gast die op TMF jonge meisjes foute dingen laat doen?’. Mijn opmerking raakte hem niet echt vermoed ik. Het heeft hem in ieder geval geen windeieren gelegd…

Dat is tegelijkertijd misschien het enige dat voor sommigen als nieuw of verbazingwekkend uit de biografie ‘Wonderful Days’ naar voren komt: Theo Nabuurs is een aardige zakenman. Hij is de man achter de Thunderdome-verzamelalbums, hij had een groot aandeel in het succes van TMF (bladzijde 128: ‘En dat zeg ik in alle bescheidenheid’), de door hem geproduceerde single Now you’re gone’ stond wekenlang in de hoogste regionen van de internationale hitlijsten. Ook leren we bijvoorbeeld dat Theo de stroming ‘freestyle’ heeft uitgevonden. Verder is het boek, ondanks de grootse aankondiging op bladzijde 16 (‘Maar je weet nog lang niet alles. En dat ga ik je nu voor het eerst echt allemaal vertellen. Alles.’), best tam. Echt hele wilde verhalen staan er niet in. Véél anekdotes staan er wel in…

Het is alsof Theo en schrijver Vincent de Vries een middag zijn gaan zitten en de eerstgenoemde zoveel mogelijk ervaringen heeft opgelepeld. Het blijft bij het opsommen van de gebeurtenissen waarbij het vooral oppervlakkig blijft. Nou ja, ergens probeert Theo nog wel een soort van (zelf)reflectie toe te passen waar het de ‘break-up’ van Charly Lownoise & Mental Theo betreft, maar het komt niet uit de verf. Hij probeert uit te leggen wat er volgens hem aan de hand was, geeft aan dat hij totaal niet gevoelig was voor de persoonlijkheid/het karakter van Ramon die meer rust nodig had om er vervolgens aan toe te voegen ‘niet dat ik mezelf ook maar iets verwijt. Absoluut niet’. Ook beschrijft hij hoe zijn relatie met model Armanda op de klippen loopt. Dit doet hem kennelijk echt wat, het voelt alleen niet zo als ik het lees. Iedere keer dat het verhaal enige diepgang dreigt te krijgen is het hup! naar de volgende anekdote. Net als we meegenomen worden in de ontluikende liefde tussen Theo en Maaike belanden we plotsklaps in het verhaal over Myrna met eierstokkanker. Al is dit gedeelte het enige dat wel iets losmaakt bij mij als lezer. Er lijkt minder in geknipt en er lijkt meer aandacht aan gegeven te zijn.

Hoe verder ik in het boek beland hoe teleurgestelder ik me voel. Het is een gemiste kans. Ik geloof namelijk echt dat er veel en veel meer uit gehaald had kunnen worden. Waar ik bijvoorbeeld de biografie van Dano niet opzij wilde leggen omdat ik echt het verhaal in gezogen werd en er gevoelens losgemaakt werden, merk ik dat ik er geen moeite mee heb de bio van Mental Theo opzij te leggen om naar een verjaardag te gaan. Het is dus niet voldoende om een kleurrijke persoon te zijn die een interessant leven heeft geleid. Als je het aan het papier toevertrouwt moet de schrijver je ook echt goed begrijpen en kunnen vangen. En wat mij betreft is dat Vincent de Vries in deze jammer genoeg niet goed gelukt.

Deze recensie verscheen eerder op Partyflock.nl

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Wat de fok, ouwe · Het bizarre leven van DJ Dano

Tegenwoordig zijn dj’s supersterren. Er gaan miljarden om in de dance-industrie en iedere platendraaier heeft een gevolg van meerdere mensen: managers, boekers, PR- en persbegeleiders, mental coaches…dat was natuurlijk niet altijd zo. In de begintijd van wat we nu de elektronische muziekscene noemen, stond een artiest er alleen voor.

 

Zo ook Dano, een van de pioniers van de scene. Superster is en was hij zeker ook, maar hij heeft het moeten rooien zonder professionele, zakelijke ondersteuning. Hij had een geheel eigen soort gevolg: chauffeurs, dealers, profiterende ‘vrienden’… het enige dat hij wellicht nog miste was een fluffer die hem kon helpen op het onfortuinlijke moment dat hij kleine Dano niet omhoog kreeg tijdens een door drank en drugs overladen nachtelijke escapade. Voorgaande schetst miniem het leven van de inmiddels opa geworden Daniel Leeflang. Een diepgewortelde passie voor muziek die uitmondde in chaos, gekte, al dan niet chemisch opgewekte hoogtepunten en door diezelfde pillen, poeders en drank aangezwengelde dieptepunten.

Vanuit het perspectief van Dano en zijn directe omgeving wordt uitgebreid beschreven hoe de housemuziek en -cultuur in Nederland tot ontwikkeling kwam en zich evolueerde. Niet alleen Dano zelf is aan het woord. Vooral zijn ex vrouw Sandra geeft interessant commentaar op de persoon achter dj Dano. Ze spreekt opvallend liefdevol en met genegenheid over haar uiterst gecompliceerde ex die haar de meest rottige dingen heeft geflikt. Ook Dano’s ouders, vrienden van vroeger en collega’s uit de scene doen een boekje open over de dj, de persoon erachter, de muziek en de (evolutie van) de scene. Het boek is dus noch een lofzang, noch een klaagzang vanuit louter het ego van Dano zelf. Uiteraard is hij veel aan het woord en lezen we dat hij zijn liefde voor de techno nooit vol heeft kunnen (mogen?!) uiten aan het publiek, we leren hoe en waarom The Dreamteam nu echt uit elkaar is gegaan en welke rol The Prophet hier nu echt in speelde. Het boek vertelt over Dano’s creatieve stilstand na de draconische belastingaanslag van ruim 3 ton gulden die hij kreeg, maar ook over het leven dat het publiek niet meekreeg. De sessies in zijn thuisstudio, zijn verplichtingen als vader en echtgenoot. Het verhaal is verre van objectief, maar dat is juist de verademing. Allerlei feiten kunnen we opzoeken in boeken als ‘Mary Go Wild: 25 jaar dance in Nederland’. Het gaat in ‘Wat de fok, ouwe’ om de mens achter de artiest, om gevoel.

Het boek leest als een trein, al slaat het verhaal hier en daar een stationnetje over. Soms wil je net even meer weten over een gebeurtenis, wil je iets meer uitgediept hebben. Maar schrijver Arne van Terphoven heeft keuzes moeten maken, want met de bijna 400 pagina’s dat het boek nu telt, is wel een maximumdikte bereikt.

Uiteindelijk was het boek voor mij toch vooral een kijkje in het leven, de ziel van een van de iconen uit de dance scene. Daniel Leeflang is een complex en kleurrijk persoon met een plus en een min, hemel en hel, fluffy liefde en keiharde boosheid. Dit alles vindt een weg naar buiten en dit gaat niet altijd zachtzinnig en zeker niet met goede timing. Het ene moment leef je mee, voel je de pijn, de emotie en ben je vol begrip voor de goedzak, held, lieverd, het slachtoffer, maar het volgende moment voel je onbegrip en zelfs kwaadheid jegens de antiheld, de klootzak, de vreemdganger en verslaafde.

‘Wat de fok, ouwe’ is een aanrader en ik spreek hierbij de hoop uit dat uitgever Mary Go Wild meer van dit soort werk gaat uitbrengen. Ik weet zeker dat ontelbaar veel mensen de boeken zullen verslinden.

Score: 90/100
Deze review verscheen op Partyflock.nl.

Dutch DJ’s

Anthony Donner had een droom dit project op te zetten, maar eigenlijk kreeg hij niemand mee. Hij begon met het afnemen van de interviews, maakte foto’s en liet alles uitwerken door een team schrijvers, maar de financiering kwam maar niet rond. Uiteindelijk vond hij in Jeanette Cnossen iemand die wél vertrouwen had en zelf investeerde in het uit de hand gelopen hobbyproject.

De achtergrond
Nederland is een koffietafelboek rijker! En dat klinkt denigrerend, maar is allesbehalve zo bedoeld! Eerder vond ik Mary Go Wild dat in 2013 het levenslicht zag, ook een koffietafelboek. Beschreef dat meesterwerk vooral de evolutie van de Nederlandse dance scene over een periode van een kwart eeuw vanuit een meer cultureel perspectief, het op 29 juni in Club Bell’s gepresenteerde boek ‘Dutch DJ’s’ is (gevoelsmatig) wat commerciëler en beperkt zich vooral tot de ontwikkeling van dj’s. Het is geen chronologische beschrijving van gebeurtenissen, maar een (flinke!) verzameling van interviews met dj’s en professionals werkzaam in de dance-industrie. Het verschijnen van het boek heeft nog wel wat voeten in de aarde gehad. Anthony Donner had een droom dit project op te zetten, maar eigenlijk kreeg hij niemand mee. Hij begon met het afnemen van de interviews, maakte foto’s en liet alles uitwerken door een team schrijvers, maar de financiering kwam maar niet rond. Uiteindelijk vond hij in Jeanette Cnossen iemand die wél vertrouwen had en zelf investeerde in het uit de hand gelopen hobbyproject.Het boek
Wat direct als zeer positief in het oog springt: het is een hardcover uitgave. Voor bijna €60 zou je niets anders verwachten, maar vaak wordt er toch op drukkosten bespaard om de winst te maximaliseren.
Na de eerste indruk volgt een dilemma: hoe ga ik dit boek lezen? Van kaft tot kaft of pik ik eerst de artiesten eruit die ik het beste ken, het leukste vindt of juist de onbekende(re) namen? Ik kies ervoor om steeds een paar interviews te lezen en dan het boek weer weg te leggen. Dit is prima mogelijk, omdat het redelijk korte, beperkte interviews zijn geworden waarbij geen keuze is gemaakt voor een specifieke stroming. Van club, classics en house tot hardstyle, hardcore en frenchcore: je vindt van alle een vertegenwoordiger. Dit zorgt er bij mij voor dat ik ook lees over (sub)culturen die ik niet goed ken en waar ik geen passie voor voel. Sommige artiesten lieten zo’n positieve indruk achter dat ik toch even hun Spotify tracks erbij pakte! Maar, voor sommigen zal het er misschien voor zorgen dat ze het boek laten liggen, omdat er te weinig interessante helden in staan. De scene blijft toch nog steeds best een hokjeswereld, helaas.

Het boek bevat overigens niet louter tekst. Elke geïnterviewde is ook geportretteerd door Donner. De foto’s kennen een consistente stijl en zijn allemaal gemaakt in de (thuis)studio’s van de artiesten. Een voorwaarde van Donner bij het vastleggen. Persoonlijk zal ik tachtig procent van de draaikunstenaars op straat niet herkennen, maar het geeft de boel een prima persoonlijke tint.

Samenvattend
Het is een superleuk verzamelwerk, maar inhoudelijk gezien helaas wat weinig opzienbarend. Het was tof geweest als er soms iets kritischer, iets dieper zou zijn doorgevraagd. De navelstarige algemeenheden en platitudes kennen we inmiddels wel. Juist dit was een kans geweest meer te doen. Desalniettemin zijn er natuurlijk best leuke en interessante feitjes te vinden in al die lappen tekst: 2000 and One draait gratis (hij vraagt geld voor het wachten, reizen et cetera), de eerste plaat van Adaro die opgepikt werd door een grote naam was een trance-track, Angerfist draagt een masker omdat ie niet houd van aandacht en Brennan Heart verloor zijn ouders en is voogd van zijn veel jongere broertje.

Opvallend zijn overigens de interviews met Riel (bekend van Ape Magazine) en journalist Aron Friedman. Zij trekken als een van de weinigen een beetje van leer tegen de (over)waardering van dj’s. Ook Bong-Ra is kritisch en dan vooral op de grote jongens: ‘Grote dj’s draaien in enorme zalen, omdat anders hun ego er niet in past’. Verder lees je toch positiviteit, superlatieven en her en der is er zelfs sprake van zelfbevlekking.

Al met al…terug naar mijn classificatie als koffietafelboek. Handig om je (zakelijke) relaties kado te doen voor in een receptie/wachtkamer of je legt hem achteloos op je eigen salontafel. Geheid dat je bezoek er zeker doorheen zal bladeren en op zoek gaat naar zijn of haar favoriet en misschien even vergeet met jou als gastheer/vrouw te converseren.

Score: 80/100
Deze review verscheen op Partyflock.nl.

Ummet Ozcan: timewave van punt zero naar de top

De wederopstanding van de trance is al een tijdje bezig. Er is weer ruimte voor trancefeesten van allerlei formaten en er komt weer nieuw talent boven drijven dat heeft moeten wachten op de terugkeer van dit genre. Een voorbeeld van zo’n bovendrijvend talent is de op het moment vaak gedraaide Ummet Ozcan. Geïnspireerd door een titel die in zijn hoofd bleef rondzweven, maakte hij de dikke hit ‘TimeWave Zero’. Hoera voor zijn melodieuze platen!

Onder het 538 event Evolution, dat op 19 september plaatsvindt in Assen, staat een opmerking van iemand die nog nooit van je gehoord heeft. Dus bij deze je kans: Wie is Ummet Ozcan?
Oke, bij deze aan alle flockers: ik ben Ummet Ozcan, 26 jaar, geboren en getogen in Putten dus een echte Puttenaar. Verslaafd aan red bull, houd wel van gamen en ga vaak naar een feestje. Ik heb op de technische school gezeten maar heb hier niks mee gedaan. Mijn interesses voor muziek en sound design waren groter dan techniek. Creatief bezig zijn heb ik altijd al leuk gevonden, en dan heb ik het niet over knutselen en boetseren maar digitaal creatief bezig zijn op de computer. Ik heb een aantal verschillende baantjes gehad maar ben nu fulltime producer, sound designer en software ontwikkelaar. En dan gaat het om muzieksoftware.

Heb je altijd dj en producer willen worden?
Ik zag het altijd als één van de dingen wat ik graag wilde doen. Het was meer de creativiteit die ik voelde. Ik vind namelijk meerdere dingen net zo leuk. Ik kreeg alleen sneller de middelen in handen om muziek te maken, dus mijn tijd en aandacht verplaatste sneller naar muziek. Toen ik mijn eerste keyboard had gekregen was ik gelijk verslaafd en toen ik mijn eerste pc met muzieksoftware had wist ik zeker dat ik dj en producer wou worden.

Hoeveel tijd, geld en moeite heeft het je gekost om te komen tot waar je nu bent? Heb je tegenslagen ervaren?
Nou… het gaat natuurlijk niet helemaal vanzelf je moet er zeker wat voor over hebben. Vanaf mijn twaalfde ben ik eigenlijk al elke dag bezig met muziek en geluid. Na vijf jaartjes knutselen op mijn kamer en heel wat demootjes, die ik heb opgestuurd naar vele labels, had ik in 1999 dan eindelijk mijn eerste echte release “Pump This Party” die met hulp van de Sunclub is uitgebracht onder het label ProDance. Hij is toen ook destijds in ‘Maak’t of Kraak’t’ geweest en is toen gemaakt met zesenzeventig procent geloof ik, maar uiteindelijk flopte de plaat.

Ik heb tot 2007 verder geen releases gehad. Ik maakte wel muziek maar was meer aan het experimenteren qua stijl die ik wilde aannemen. In die tijd heb ik ook wat feestjes proberen te organiseren. Dit liep niet zo goed als verwacht en heb toen besloten voorlopig hier niet mee verder te gaan.

Vanaf 2007 heb ik mijn draai wel aardig gevonden. Ik begon met wat techy stuff te releasen bij Basic Beat en vervolgens nog wat meer trancy dingetjes op verschillende labels die het allemaal wel aardig goed hebben gedaan. Sinds 2008 ben ik pas echt op het punt gekomen dat ik weet wat ik kan en wat ik wil maken en sindsdien gaat het alleen maar de goede kant op.

Dus ja, het kost wel wat tijd en moeite en een beetje geld, maar als het echt je passie is maakt dat allemaal toch niet uit en ga je ervoor. Na al die jaartjes zie ik nu de tegenslagen ook als een onderdeel van mijn eigen proces. Ik zie ze daarom niet meer als tegenslagen maar als een soort van lessen waaruit je veel kunt leren. Het is belangrijk dat je blijft proberen en blijft doorgaan. Het is net een ruwe diamant die je in al die tijd aan het slijpen bent.

Je produceert al heel wat jaartjes. Noem eens enkele releases die we van je moeten kennen? En welke is je eigen favoriet en waarom?
Natural Waves, The Light, Genesis en Deep Basic waren toch wel tracks die er tussen uit kwamen en die het redelijk goed hebben gedaan qua downloadlijsten en verzamel-cd’s. Ik heb ook niet echt een favoriet. Als ik het eerlijk moet zeggen, elke track spreekt op zich en heeft zijn eigen plekje, maar als ik dan toch moet kiezen is het denk ik wel TimeWave Zero. Ik zie dit als een soort “opening track” en natuurlijk omdat het mijn eerste plaat is die zover is gekomen.

Je staat op Partyflock pas vanaf 2007 regelmatig in lineups. Draaide je daarvoor niet? Ben je bewust naast je produceerwerk gaan draaien?
Ik draaide daarvoor ook wel maar alleen op lokale kleinere feestjes van vrienden en bekenden. Ik wilde altijd al wel draaien, maar besefte ook snel dat produceren de sleutel was tot draaien dus vandaar dat ik me eerst hebt gefocust op het produceren, om zo eerst een beetje naamsbekendheid te maken.

Welke van de twee activiteiten heeft je voorkeur en waarom?
Ik vind het allebei net zo leuk, het één vult het ander aan. Terwijl je een track maakt in de studio beeld je je al in hoe het zou zijn om je nieuwe track te draaien op een feest en vervolgens draai je hem dat weekend op een feest en zie je iedereen uit zijn dak gaan en zit je weer vol met inspiratie om weer de studio in te duiken. Ik zie produceren en draaien als twee bij elkaar horende elementen, het één wisselt het ander af.

Je bent opgegroeid in Putten, een dorp dat niet bepaald bekendstaat als openminded, jong, snel of wild. Hoe reageerde je omgeving op het feit dat je je met ‘verdorven dancemuziek’ bezighield?
Haha, verdorven dancemuziek? Nou ja, dat valt wel mee toch? Maar ik weet wel wat je bedoelt. Eerlijk gezegd valt het best mee en heb ik er totaal geen last van. De mensen om me heen vinden het net zo leuk als dat ik het zelf vind. Ik bedoel, Putten zit ook vol met jongeren die van een feestje en dancemuziek houden. Je hebt altijd wel mensen die dancemuziek niks vinden. Daarom heeft iedereen ook zijn eigen smaak en mening.

Je bent van Turkse afkomst, heeft de Turkse cultuur invloed op jouw muziek? Zo ja: Op welke manier?
Ik denk op een hele subtiele manier…. als luisteraar zul je het waarschijnlijk niet eens opmerken. Soms merk ik wel eens dat als ik bezig ben met het inspelen van een melodie, dat ik soms heel subtiel overloopjes of bruggetjes gebruik die een beetje Turkse of oosterse invloeden hebben. Of ik gebruik bepaalde percussieritmes die erop lijken. Ik zal ongetwijfeld wel beïnvloed zijn bewust of onbewust. Maar dat maakt mijn muziekstijl zo als die is.

Hoe zit het eigenlijk met de dance in Turkije? Of kom je er niet vaak?
Ik ben er al een aantal jaren niet meer geweest. Er is daar zeker animo voor dance en trance. Ik krijg ook best veel positieve reacties via myspace en ik kijk soms ook op forums waaruit je wel duidelijk kunt zien dat daar veel mensen zijn die van trance houden. Veel bekende dj’s uit Nederland hebben veel fans in Turkije en ze vliegen er ook regelmatig naar toe voor boekingen. Dance leeft daar dus wel.

‘TimeWave Zero‘ is jouw hit van 2009 tot nu toe. Kun je de wordingsgeschiedenis van deze plaat eens beschrijven? Waar haalde je je inspiratie vandaan?
Deze naam had ik al een poosje in me hoofd zitten om te gebruiken voor een nummer. Ik denk ook dat de meeste inspiratie daarvandaan komt. Ik vind het een hele passende naam en het verhaal erachter vind ik ook interessant. Ik probeer altijd wel een verband te leggen met mijn muziek en de benamingen. Ik wil dat mijn nummers een soort van verhaal erover vertellen.

Door de benaming draagt het nummer het verhaal van een timewave met zich mee. Timewave zero is een tijdsgolf van veranderingen gebaseerd op de Chinese I Ching. De tijdsgolf gaat naar een eindtijd, vandaar “zero”. De Mayakalender en timewave zero eindigen beiden op 21 december 2012. Er is hier veel over te vinden op het internet, als je hier meer over wilt weten kan je even googelen. Het verhaal erachter fascineert me omdat veel oude beschavingen veel van dezelfde overeenkomsten hebben terwijl ze niet van elkaars bestaan af wisten en omdat het een mysterieuze sfeer heeft.

Is je leven veranderd sinds je hit ‘TimeWave Zero‘? Kijken mensen nu anders tegen je aan omdat ze je naam horen op de radio? Wordt je vaker geboekt?
Ze kijken niet echt anders naar me. Het is meer dat ze enthousiast zijn en graag even met me willen kletsen over mijn muziek, maarja dat is ook heel normaal en leuk! Ja… ik krijg er wel meer boekingen door, vooral grotere en bekendere evenementen.

Bij de aankondiging van je plaat op Beatport staan lovende kritieken van Tiësto, Armin van Buuren, Ferry Corsten en Sander van Doorn. Wat betekent dat voor je?
Nou, heel veel natuurlijk! Als bekende dj-namen je muziek goed vinden en je volop supporten geeft dat een goed gevoel. Het motiveert me natuurlijk ook om nog meer goeie muziek te maken. Het geeft ook wel op een bepaalde manier een collegiaal gevoel, ze helpen je namelijk wel enorm met het bekendmaken van je naam en muziek.

Heb je artiesten of personen die voor jou een groot voorbeeld vormen?
Ik heb niet echt één bepaald voorbeeld. Ik zie in elke artiest of persoon zijn eigen uniekheid en style en ik vind dat we elkaar allemaal wel ergens een voorbeeld geven.

Voor wie zou je nog wel eens willen produceren en wie of welke plaat zou je nog eens willen remixen?
Natuurlijk lijkt het me leuk om een remix te maken voor andere bekende dj´s, maar ik heb niet echt speciaal een voorkeur. Ik laat het zijn gang gaan en zie wel wat er op mijn pad verschijnt. Ik heb zeker wel ideeën voor platen die ik zou willen remixen, maar het is leuker om dat nog voor me te houden dan blijft het nog een beetje spannend.

Op Facebook is een speciale fanpage voor je aangemaakt en ook op Flock lees je veel persoonlijk getinte berichten van mensen die van jou en je draaistijl gecharmeerd zijn. Hoe verklaar je die betrokkenheid van de muziekliefhebbers?
Ik vind het belangrijk als artiest dat je een bepaald gevoel kunt overbrengen met muziek. In mijn nummers vind ik het fijn dat mensen er een positief gevoel bij krijgen wanneer ze er naar luisteren. Ik ben altijd al verslaafd geweest aan melodielijntjes spelen en verzinnen. Ik kan dat wel uren achter elkaar doen. Ik hou er van om nummers te maken die erg melodieus zijn. Ik denk dat het een belangrijke vaardigheid is die ik heb ontwikkeld als onderdeel van het produceren. Het geeft de mensen sneller een gevoel en blijkbaar kunnen veel mensen datgene eruit halen wat ik ze over wil brengen.

Op Flock noch op internet heb ik ergens lekkere sappige roddels of leuke anekdotes kunnen vinden. Ben je zo’n ‘privepersoon’? Vertel ons eens een leuke anekdote die typisch is voor Ummet Ozcan……
Hmm, gelukkig voor mij dat je niets hebt kunnen vinden haha. Ik denk dat ik je ook echt moet teleurstellen: ik zou het zo echt niet weten. Ik hou je wel op de hoogte als er wat binnenschiet, goed?

Misschien dat je fans nog wel iets leuks te vertellen hebben? Plaats vooral jouw verhaal als comment op dit interview! Red.

Wat gaan we in de toekomst van je horen en zien? Wat zijn je vaststaande plannen en welke wensen en dromen heb je op dit moment?
Er staat heel veel in de planning. Voor dit jaar heb ik nog een paar releases klaarstaan. Kort geleden heb ik een remix gemaakt voor Ronald van Gelderen: ‘Backstabberzz’. 29 juni komt mijn nieuwe release uit ‘Synergy’ die ik in samenwerking heb gemaakt met W&W. De plaat wordt al erg goed ontvangen en heeft full support van alle big jocks! Mijn tweede eigen release voor dit jaar staat gepland in augustus.

Voor de rest werk ik veel samen met MEM en Robbert Ladiges, waar nog een paar goede projecten uit voort zullen komen. Deze dj’s en tevens producers hebben veel talent! Naast het produceren en draaien wil ik ook dit jaar mijn nieuwe ‘Vst Instrument’ (Muziek Software, Red.) releasen als opvolger van mijn vorige synth ‘Genesis CM’. Deze is samen met computer music magazine geleverd en is wereldwijd goed ontvangen. Op mijn website heb ik soundsets te koop staan en daar komen binnenkort nieuwe soundsets bij. Hou mijn website in de gaten voor verdere informatie en ontwikkelingen!

Dit interview verscheen op Partyflock.nl