Categoriearchief: Recensies

Celebrate Life

Cover boek Celebrate LifeEr zijn twee uitgaven van het boek: een koffietafelboek met naast de tekst een grote hoeveelheid foto’s en een ‘gewone’ hardcover met daarin zowel Release (deel I) als Celebrate Life (deel II). Een enorm dikke pil van 700 bladzijden. Wel wat fotobladen, maar voornamelijk tekst. Deze review betreft de laatste beschreven uitgave. De eerste 246 bladzijden is het boek ‘Release’ dat uitkwam in 2004. We laten dat op dit moment voor wat het is. We willen immers de smeuïge details van de meest recente periode lezen.

Aan het hoofd van succesvolle bedrijven staan vaak wat excentrieke mensen. Eigenzinnige types waarmee het vaak lastig samenwerken is. Althans dat horen we vaak van ex-werknemers. Zo ook bij ID&T en Q-dance…
ID&T-topman Duncan Stutterheim is geen makkelijk type. Luisterde slecht naar anderen en deed vooral graag waar hij zelf zin in had, omdat hij gewoon vond dat hij gelijk had. Het beter wist. Of hij wilde iets gewoon heel graag. Hij is vooral een aanjager van nieuwe ideeën, krijgt mensen mee met zijn plannen. Hij geeft toe niet tegen kritiek en slecht tegen zijn verlies te kunnen. Niet echt karaktertrekken van een teamspeler. Lange tijd is het nieuwe op de kaart zetten natuurlijk ook het belangrijkste: het bedrijf moet groeien.
Q-dance in de beginjaren wordt beschreven als ware het een soort sekte. Wouter hield de gelederen strak, schreeuwde als iets niet in zijn straatje paste en eiste maximale inzet van iedereen die voor hem werkzaam was. Kwam je na een nacht lang posters plakken een keer om 9:30 in plaats van 9:00 op kantoor dan vroeg hij ‘zo, toch gekomen?’. Maar iedereen ging voor hem door het vuur en zonder hem was Q waarschijnlijk niet geworden wat het nu is. Zonder ID&T trouwens ook niet. Het was de wens op gelijke hoogte te komen en ze te overtreffen die het bedrijf voortstuwde. Tegelijkertijd hebben ze beide enorm van elkaar weten te profiteren.

Voor degenen die er halverwege de jaren 2000 bij waren en discussieerden over ‘Id€t’ is het tof om nu eens te lezen hoe het écht was. Dat er af en toe echt paniekvoetbal werd gespeeld, dat een concept als Innercity inderdaad ten onder ging aan de, wellicht egocentrische, wens te vernieuwen. De geschiedenis rond Trance Energy is niet iedereen bekend: het was niet, zoals velen dachten, direct een vrije keus de trance te laten vallen. Ook lees je over de kentering die Samsung veroorzaakte met een megagrote sponsordeal waardoor Sensation de wereld over ging naar zeventien landen.

Bij sommige hoofdstukken denk ik: het is meer geluk dan wijsheid. Van buiten leek het vaak een steak geoliede machine, zakenmensen op en top, wetend wat te doen en hoe te handelen. Enthousiasme, passie en mazzel deden veel probeersels in successen veranderen. Het is bijvoorbeeld opvallend hoe vaak men eigenlijk in een financiële valkuil liep. Toch kwam ID&T elke klap uiteindelijk, soms met hulp van derden, weer te boven. Nu bestempelen we het als goed zakendoen van Duncan. Maar af en toe had hij het geluk gewoonweg aan zijn kont hangen.

De meesten van ons zaten stiekem vooral te wachten op het verhaal over de verkoop aan SFX. De zakken met dollars. Veel vond in achterkamertjes en aan de andere kant van de grote plas plaats. Wij Nederlanders snapten het niet, misgunden het ze misschien? Het sprak in ieder geval tot onze verbeelding en dat fantasie een loopje met mensen kan nemen, tonen de vele speculaties en verhalen die op onder andere Partyflock de ronde deden. Kern van het verhaal is dat men wel ‘moest’: ID&Q had het nooit gered tegenover powerhouses als AEG, Live Nation en SFX. Doordat de ego’s van de Nederlanders en Pasquale Rotella te groot waren voor een samenwerking, moest haast wel gekozen worden voor geld in plaats van creativiteit. Al moet gezegd dat het niet niet letterlijk de keuze voor geld was. Stutterheim had, misschien ietwat naïef, de wens een wereldwijd opererend conglomeraat te vormen. Q wilde juist niet mee, werd losgetrokken van ID&T.

Uiteindelijk komt het er op neer: zijn ze gewoon keihard genaaid door Sillerman en het leek er lange tijd op dat ze er niet eens voor betaald zouden worden. Voor ons buitenstaanders was het hele SFX verhaal chaotisch en onduidelijk, het boek maakt duidelijk dat het voor de hoofdrolspelers niet per se anders was.

Conclusie
Het is een zeer omvangrijk werk geworden. Het is duidelijk dat Gert van Veen weet waarover hij schrijft, de spelers kent. Voor de nieuwe generatie een geschiedenisboek, een leerschool over hoe een muziekstijl als hardstyle is ontstaan, het hoe en waarom van de steeds heftigere decors en steeds hogere, dikkere stages. Voor de ouwe rotten is het een heerlijk tijdsbeeld. Zij waren erbij en hebben het meegemaakt, zien veranderen. Voor iedereen, generaties overstijgend, is het een superinteressant verhaal. Een kijkje in de keuken van de organisaties die we allemaal kennen, maar waar we eigenlijk weinig van weten…..

Deze recensie verscheen eerder op Partyflock.nl

Wonderful Days – Vincent de Vries

Cover boek Wonderful DaysEen jaar of vijftien geleden had ik een ‘ontmoeting’ met Mental Theo. Ergens Backstage, het feest staat me niet eens meer bij. We werden aan elkaar voorgesteld en toen ik zei dat ik van Partyflock was zei Theo: ‘Dat is toch die site met al die pillenslikkers en snuivers?’ Mijn respons was even snedig als gemeen: Mental Theo? Jij bent toch die gast die op TMF jonge meisjes foute dingen laat doen?’. Mijn opmerking raakte hem niet echt vermoed ik. Het heeft hem in ieder geval geen windeieren gelegd…

Dat is tegelijkertijd misschien het enige dat voor sommigen als nieuw of verbazingwekkend uit de biografie ‘Wonderful Days’ naar voren komt: Theo Nabuurs is een aardige zakenman. Hij is de man achter de Thunderdome-verzamelalbums, hij had een groot aandeel in het succes van TMF (bladzijde 128: ‘En dat zeg ik in alle bescheidenheid’), de door hem geproduceerde single Now you’re gone’ stond wekenlang in de hoogste regionen van de internationale hitlijsten. Ook leren we bijvoorbeeld dat Theo de stroming ‘freestyle’ heeft uitgevonden. Verder is het boek, ondanks de grootse aankondiging op bladzijde 16 (‘Maar je weet nog lang niet alles. En dat ga ik je nu voor het eerst echt allemaal vertellen. Alles.’), best tam. Echt hele wilde verhalen staan er niet in. Véél anekdotes staan er wel in…

Het is alsof Theo en schrijver Vincent de Vries een middag zijn gaan zitten en de eerstgenoemde zoveel mogelijk ervaringen heeft opgelepeld. Het blijft bij het opsommen van de gebeurtenissen waarbij het vooral oppervlakkig blijft. Nou ja, ergens probeert Theo nog wel een soort van (zelf)reflectie toe te passen waar het de ‘break-up’ van Charly Lownoise & Mental Theo betreft, maar het komt niet uit de verf. Hij probeert uit te leggen wat er volgens hem aan de hand was, geeft aan dat hij totaal niet gevoelig was voor de persoonlijkheid/het karakter van Ramon die meer rust nodig had om er vervolgens aan toe te voegen ‘niet dat ik mezelf ook maar iets verwijt. Absoluut niet’. Ook beschrijft hij hoe zijn relatie met model Armanda op de klippen loopt. Dit doet hem kennelijk echt wat, het voelt alleen niet zo als ik het lees. Iedere keer dat het verhaal enige diepgang dreigt te krijgen is het hup! naar de volgende anekdote. Net als we meegenomen worden in de ontluikende liefde tussen Theo en Maaike belanden we plotsklaps in het verhaal over Myrna met eierstokkanker. Al is dit gedeelte het enige dat wel iets losmaakt bij mij als lezer. Er lijkt minder in geknipt en er lijkt meer aandacht aan gegeven te zijn.

Hoe verder ik in het boek beland hoe teleurgestelder ik me voel. Het is een gemiste kans. Ik geloof namelijk echt dat er veel en veel meer uit gehaald had kunnen worden. Waar ik bijvoorbeeld de biografie van Dano niet opzij wilde leggen omdat ik echt het verhaal in gezogen werd en er gevoelens losgemaakt werden, merk ik dat ik er geen moeite mee heb de bio van Mental Theo opzij te leggen om naar een verjaardag te gaan. Het is dus niet voldoende om een kleurrijke persoon te zijn die een interessant leven heeft geleid. Als je het aan het papier toevertrouwt moet de schrijver je ook echt goed begrijpen en kunnen vangen. En wat mij betreft is dat Vincent de Vries in deze jammer genoeg niet goed gelukt.

Deze recensie verscheen eerder op Partyflock.nl

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Wat de fok, ouwe · Het bizarre leven van DJ Dano

Tegenwoordig zijn dj’s supersterren. Er gaan miljarden om in de dance-industrie en iedere platendraaier heeft een gevolg van meerdere mensen: managers, boekers, PR- en persbegeleiders, mental coaches…dat was natuurlijk niet altijd zo. In de begintijd van wat we nu de elektronische muziekscene noemen, stond een artiest er alleen voor.

 

Zo ook Dano, een van de pioniers van de scene. Superster is en was hij zeker ook, maar hij heeft het moeten rooien zonder professionele, zakelijke ondersteuning. Hij had een geheel eigen soort gevolg: chauffeurs, dealers, profiterende ‘vrienden’… het enige dat hij wellicht nog miste was een fluffer die hem kon helpen op het onfortuinlijke moment dat hij kleine Dano niet omhoog kreeg tijdens een door drank en drugs overladen nachtelijke escapade. Voorgaande schetst miniem het leven van de inmiddels opa geworden Daniel Leeflang. Een diepgewortelde passie voor muziek die uitmondde in chaos, gekte, al dan niet chemisch opgewekte hoogtepunten en door diezelfde pillen, poeders en drank aangezwengelde dieptepunten.

Vanuit het perspectief van Dano en zijn directe omgeving wordt uitgebreid beschreven hoe de housemuziek en -cultuur in Nederland tot ontwikkeling kwam en zich evolueerde. Niet alleen Dano zelf is aan het woord. Vooral zijn ex vrouw Sandra geeft interessant commentaar op de persoon achter dj Dano. Ze spreekt opvallend liefdevol en met genegenheid over haar uiterst gecompliceerde ex die haar de meest rottige dingen heeft geflikt. Ook Dano’s ouders, vrienden van vroeger en collega’s uit de scene doen een boekje open over de dj, de persoon erachter, de muziek en de (evolutie van) de scene. Het boek is dus noch een lofzang, noch een klaagzang vanuit louter het ego van Dano zelf. Uiteraard is hij veel aan het woord en lezen we dat hij zijn liefde voor de techno nooit vol heeft kunnen (mogen?!) uiten aan het publiek, we leren hoe en waarom The Dreamteam nu echt uit elkaar is gegaan en welke rol The Prophet hier nu echt in speelde. Het boek vertelt over Dano’s creatieve stilstand na de draconische belastingaanslag van ruim 3 ton gulden die hij kreeg, maar ook over het leven dat het publiek niet meekreeg. De sessies in zijn thuisstudio, zijn verplichtingen als vader en echtgenoot. Het verhaal is verre van objectief, maar dat is juist de verademing. Allerlei feiten kunnen we opzoeken in boeken als ‘Mary Go Wild: 25 jaar dance in Nederland’. Het gaat in ‘Wat de fok, ouwe’ om de mens achter de artiest, om gevoel.

Het boek leest als een trein, al slaat het verhaal hier en daar een stationnetje over. Soms wil je net even meer weten over een gebeurtenis, wil je iets meer uitgediept hebben. Maar schrijver Arne van Terphoven heeft keuzes moeten maken, want met de bijna 400 pagina’s dat het boek nu telt, is wel een maximumdikte bereikt.

Uiteindelijk was het boek voor mij toch vooral een kijkje in het leven, de ziel van een van de iconen uit de dance scene. Daniel Leeflang is een complex en kleurrijk persoon met een plus en een min, hemel en hel, fluffy liefde en keiharde boosheid. Dit alles vindt een weg naar buiten en dit gaat niet altijd zachtzinnig en zeker niet met goede timing. Het ene moment leef je mee, voel je de pijn, de emotie en ben je vol begrip voor de goedzak, held, lieverd, het slachtoffer, maar het volgende moment voel je onbegrip en zelfs kwaadheid jegens de antiheld, de klootzak, de vreemdganger en verslaafde.

‘Wat de fok, ouwe’ is een aanrader en ik spreek hierbij de hoop uit dat uitgever Mary Go Wild meer van dit soort werk gaat uitbrengen. Ik weet zeker dat ontelbaar veel mensen de boeken zullen verslinden.

Score: 90/100
Deze review verscheen op Partyflock.nl.

Dutch DJ’s

Anthony Donner had een droom dit project op te zetten, maar eigenlijk kreeg hij niemand mee. Hij begon met het afnemen van de interviews, maakte foto’s en liet alles uitwerken door een team schrijvers, maar de financiering kwam maar niet rond. Uiteindelijk vond hij in Jeanette Cnossen iemand die wél vertrouwen had en zelf investeerde in het uit de hand gelopen hobbyproject.

De achtergrond
Nederland is een koffietafelboek rijker! En dat klinkt denigrerend, maar is allesbehalve zo bedoeld! Eerder vond ik Mary Go Wild dat in 2013 het levenslicht zag, ook een koffietafelboek. Beschreef dat meesterwerk vooral de evolutie van de Nederlandse dance scene over een periode van een kwart eeuw vanuit een meer cultureel perspectief, het op 29 juni in Club Bell’s gepresenteerde boek ‘Dutch DJ’s’ is (gevoelsmatig) wat commerciëler en beperkt zich vooral tot de ontwikkeling van dj’s. Het is geen chronologische beschrijving van gebeurtenissen, maar een (flinke!) verzameling van interviews met dj’s en professionals werkzaam in de dance-industrie. Het verschijnen van het boek heeft nog wel wat voeten in de aarde gehad. Anthony Donner had een droom dit project op te zetten, maar eigenlijk kreeg hij niemand mee. Hij begon met het afnemen van de interviews, maakte foto’s en liet alles uitwerken door een team schrijvers, maar de financiering kwam maar niet rond. Uiteindelijk vond hij in Jeanette Cnossen iemand die wél vertrouwen had en zelf investeerde in het uit de hand gelopen hobbyproject.Het boek
Wat direct als zeer positief in het oog springt: het is een hardcover uitgave. Voor bijna €60 zou je niets anders verwachten, maar vaak wordt er toch op drukkosten bespaard om de winst te maximaliseren.
Na de eerste indruk volgt een dilemma: hoe ga ik dit boek lezen? Van kaft tot kaft of pik ik eerst de artiesten eruit die ik het beste ken, het leukste vindt of juist de onbekende(re) namen? Ik kies ervoor om steeds een paar interviews te lezen en dan het boek weer weg te leggen. Dit is prima mogelijk, omdat het redelijk korte, beperkte interviews zijn geworden waarbij geen keuze is gemaakt voor een specifieke stroming. Van club, classics en house tot hardstyle, hardcore en frenchcore: je vindt van alle een vertegenwoordiger. Dit zorgt er bij mij voor dat ik ook lees over (sub)culturen die ik niet goed ken en waar ik geen passie voor voel. Sommige artiesten lieten zo’n positieve indruk achter dat ik toch even hun Spotify tracks erbij pakte! Maar, voor sommigen zal het er misschien voor zorgen dat ze het boek laten liggen, omdat er te weinig interessante helden in staan. De scene blijft toch nog steeds best een hokjeswereld, helaas.

Het boek bevat overigens niet louter tekst. Elke geïnterviewde is ook geportretteerd door Donner. De foto’s kennen een consistente stijl en zijn allemaal gemaakt in de (thuis)studio’s van de artiesten. Een voorwaarde van Donner bij het vastleggen. Persoonlijk zal ik tachtig procent van de draaikunstenaars op straat niet herkennen, maar het geeft de boel een prima persoonlijke tint.

Samenvattend
Het is een superleuk verzamelwerk, maar inhoudelijk gezien helaas wat weinig opzienbarend. Het was tof geweest als er soms iets kritischer, iets dieper zou zijn doorgevraagd. De navelstarige algemeenheden en platitudes kennen we inmiddels wel. Juist dit was een kans geweest meer te doen. Desalniettemin zijn er natuurlijk best leuke en interessante feitjes te vinden in al die lappen tekst: 2000 and One draait gratis (hij vraagt geld voor het wachten, reizen et cetera), de eerste plaat van Adaro die opgepikt werd door een grote naam was een trance-track, Angerfist draagt een masker omdat ie niet houd van aandacht en Brennan Heart verloor zijn ouders en is voogd van zijn veel jongere broertje.

Opvallend zijn overigens de interviews met Riel (bekend van Ape Magazine) en journalist Aron Friedman. Zij trekken als een van de weinigen een beetje van leer tegen de (over)waardering van dj’s. Ook Bong-Ra is kritisch en dan vooral op de grote jongens: ‘Grote dj’s draaien in enorme zalen, omdat anders hun ego er niet in past’. Verder lees je toch positiviteit, superlatieven en her en der is er zelfs sprake van zelfbevlekking.

Al met al…terug naar mijn classificatie als koffietafelboek. Handig om je (zakelijke) relaties kado te doen voor in een receptie/wachtkamer of je legt hem achteloos op je eigen salontafel. Geheid dat je bezoek er zeker doorheen zal bladeren en op zoek gaat naar zijn of haar favoriet en misschien even vergeet met jou als gastheer/vrouw te converseren.

Score: 80/100
Deze review verscheen op Partyflock.nl.

The Flying Dutch

The Flying Dutch vond afgelopen weekend voor de tweede keer plaats op drie verschillende festivallocaties. Een week eerder werd al de compilatie-cd uitgebracht.

De meeste nummers die je op deze plaat voorgeschoteld krijgt, zijn reeds volledig grijsgedraaid. Op events alsmede op de reguliere radio. Hoe vet nummers als ‘Hey’ (Fais & Afrojack), ‘Heading up High’ (Armin van Buuren & Kensington), ‘Don’t Look Down’ (Martin Garrix & Usher) en ‘Another You’ (Armin van Buuren & Mr. Probz) ook waren toen we ze voor het eerst hoorden, ik kan me niet voorstellen dat mensen er nog geen versie van hebben op hun muziekspeler.

Hoge (kinderlijke) stemmetjes ken ik nog uit de tijd van de Happy Hardcore. Werd toen verguisd wegens infantiel, tegenwoordig wordt het weer breed omarmd zo lijkt het. Galantis heeft een hit met ‘No Money’ en ook W&W doet mee aan de trend met ‘How Many’. Was ‘vroegah’ dan toch alles beter? Ook Tiësto en Bobby Puma bedienen zich van een oude sample in hun ‘Making me Dizzy’. Als ‘dance-bejaarde’ hoor je me trouwens niet klagen hoor. Het brengt de EDM-jeugd wellicht wat dichter bij ons eerste generatie danceliefhebbers. Geen evolutie zonder historisch besef immers.

‘Harmony’ van Nicky Romero en Stadiumx is al een half jaar oud, maar daarom niet minder die heerlijke festivalknaller die het was toen ie net uitkwam! Zonnetje op je bol, drankje in je hand en gaan! Net zo lekker op een festival klinkt ‘Dat Disco Swindle’ van Firebeatz & Schella. Alleen wel op een heel ander feest of op zijn minst in een andere area. Ook het opvolgende ‘If It Ain’t Dutch’ is weer van een heel andere orde. Een chaotisch gevoel overheerst. ‘It’s all over the place’. De toevoeging van de samenwerking van Armin van Buuren met W&W met die titel kon op deze plaat natuurlijk niet ontbreken. Wat mij betreft had dit trouwens de afsluiter van de schijf mogen zijn. Het is een echte knaller die je in ieder geval een positief gevoel geeft aan het einde.

Conclusie
Verzamelalbums/compilaties, wat kun je ermee? Als liefhebber vrij weinig. Vaak worden ze al voor het evenement uitgebracht en is alleen de albumhoes hetgeen wat het evenement met de plaat verbindt. Deze cd is zelfs geen mix. Was het niet leuker geweest om drie cd’s (rood, wit en blauw) uit te brengen en te laten verzorgen door de hostingpartners van verschillende stages? Of drie headliners te pakken en een consistente mix in het eigen genre te laten produceren om zo in ieder geval gevoel vast te kunnen houden? In plaats van 13 euro te besteden aan een fysiek exemplaar, kun je beter gewoon op Spotify de losse nummers in een playlist gooien. Sterker nog, er is al een TFD afspeellijst. De toegevoegde waarde lijkt zo nog verder geminimaliseerd.

Deze recensie verscheen eerder op Partyflock.nl

Lil’ Kleine – WOP

WOP albumcover

Ik ben van de generatie die bij de term WOP verlegen lachte. Wippen Ontbijten Pleite…tegenwoordig verklaart een jongen drank, drugs en geld te hebben en dat de seks ook geen probleem is. Een meisje valt dan, als ik Lil’ Kleine moet geloven, met haar benen wijd in katzwijm. Een rap-album reviewen is voor een taalnazi een hemel, want het draait immers om de tekst. Het bleek echter ook een beetje hel…

 

De teksten op WOP zijn erg volwassen voor een jonge knul. Op zijn eenentwintigste al met ‘stacks’ zwaaien in een stripclub, oesters in Parijs eten, ‘Ik heb drank en drugs en seks voor je, ik ben perfect voor je’…Lil’ Kleine en Ronnie Flex rappen over niets anders dan wat buitenlandse, jonge sterren doen, maar het Nederlands confronteert op de een of andere manier meer. In essentie is een vrouw een ‘bitch’ noemen van dezelfde orde als ‘kutwijf’, waarom klinkt het toch anders in je moerstaal?

Opvallende tracks? Die zijn er niet direct. Alleen nummer 9 (‘1,2,3’) springt er tijdens de eerste luisterbeurt uit. De tekst (‘Ik heb 1, 2, 3, 4 pillen gebruikt, mijn pupillen liggen eruit’) is natuurlijk een flinke schop tegen alle mensen die klaagden over de eerdere, omstreden single ‘Drank & Drugs’. Het nummer doet er qua muziek ook sterk aan denken. Het is net zo catchy. Helaas is de tekst vooral een herhaling van zetten. Het was leuk geweest als er een echte respons op alle ophef was geformuleerd in de woorden die passen bij Kleine en Flex.

Muzikaal klinkt het regelmatig toch een beetje overgeproduceerd. De raps van Lil’ Kleine zijn niet heel bijzonder. In zoverre: zet een willekeurige jonge knul met een leuk uiterlijk een beetje aanleg om snel tekst op te lispelen en je hebt een Lil’ Kleine. Wellicht maakt hij zich dus niet voor niets zorgen of hij het succes dat hij geniet vol kan houden. De muzikale omlijsting moet WOP sjeu geven. En dat gebeurt door een hoop vrolijke toevoegingen variërend van disco, panfluit tot bijna full on kermismuziek. Het is overigens niet per definitie slecht en het is regelmatig catchy, maar soms wekt de flipperkast frustratie.

Het bevreemd mij trouwens dat de plaat is uitgebracht als Lil’ Kleine album en niet Ronnie Flex en Lil’ Kleine. Bij zes van de elf nummers staat ‘featuring Ronnie Flex‘. En track 8 is niet echt een track, maar een geluidsfragment over ‘Drank & Drugs’ dat besproken werd in de Tweede Kamer. Er zijn welgeteld twee nummers (‘Zoveel’ en ‘Goud’) die Lil’ Kleine alleen draagt zonder Ronnie, Frenna of Jack $hirak. Had Ronnie nog wat vocals gegeven en het was een prima duo-prestatie. Iets dat de fans ongetwijfeld zouden toejuichen.

Conclusie
In iets meer dan een half uur zijn alle door Jack $hirak geproduceerde nummers de revue gepasseerd. Lil’ Kleine zal heel wat langer bezig zijn met het tellen van zijn stacks, want WOP brak op de dag dat het uitkwam alle records. Ik kan alleen maar concluderen dat ik geen doelgroep ben. Het is een album voor de jeugd. En dat is prima, elke generatie krijgt immers de idolen die zij verdient.

Score: 65/100
Deze review verscheen op Partyflock.nl.

Rihanna – ANTI (Deluxe version)

RihannaANTIcoverGeen plaatjesdraaiende artiest dit keer en bij Rihanna denk je in eerste instantie niet direct aan EDM, maar ze is wel een trendsetter en haar muziek is wel degelijk dansbaar! Van uitgelaten met de handjes in de lucht tot smerig en intiem tegen dat smakelijke hapje aan.

Dit nieuwe, achtste, album van Rihanna was lang verwacht. Het is het eerste album na het ongekend succesvolle album ‘Unapologetic’ uit 2012. Toen de release datum uiteindelijk dichterbij kwam, werd het album gelekt op muziekdienst Tidal. Zelf twijfel ik bij muziekreleases nog wel eens aan de term ‘lek’. Het levert immers behoorlijk wat pers op. Hoe het ook zij: ANTI is een feit. En er zijn twee versies uitgebracht: een standaard en de deluxe versie die drie extra nummers bevat.

Solo is maar alleen
Rihanna mag dan solo naar voren treden, schrijven, produceren en muziekmaken doet zij allerminst alleen. Voor ANTI werkte ze dan ook samen met een flinke lijst namen. Meeste bekend voor het publiek is natuurlijk Aubrey Graham. Die kennen we beter als Drake. Ook een in het oog springende naam is Abel Tesfaye oftewel the Weeknd (‘Woo’). Daarnaast veel namen die vooral op de achtergrond een belangrijke rol hebben gespeeld: Robert Shea Taylor die samenwerkte met Ne-Yo en Chris Brown en een executive producer was voor Beyoncé. Ook Grammy-winnaar James Fauntleroy en Jeff Bhasker, die werkte met toppers uiteenlopend van Jay Z en Kanye West tot Bruno Mars en Taylor Swift, vinden we terug in de credits. Belangrijkste contributer is ongetwijfeld Kuk Harrell. Hij werkte eerder met onder meer Beyoncé, Justin Bieber, Chris Brown en al veelvuldig Rihanna. Hij won bijvoorbeeld een Grammy voor ‘Only Girl In The World’. Op ANTI staat bij slechts vier nummers zijn naam niet als (mede)producer (‘Work’, ‘Same ol’ mistakes’, ‘Love on the Brain’ en ‘Higher’).

Luisterbeurt
Nu we de ‘aftiteling’ gehad hebben, kunnen we gaan luisteren. Wat opvalt na een eerste luisterbeurt is dat er geen echt verhaal in de plaat zit. Het zijn losse nummers, waarschijnlijk, bedoeld om één voor één uit te brengen als single. Dat is bij veel dance-albums toch anders. Die kennen vaak toch wat meer samenhang en opbouw. Al is met de geboorte van ‘EDM’ dit steeds minder het geval.

Ik word een beetje heen en weer geslingerd tussen genieten en balen, tussen leuke nummers en aparte experimenten. ‘Pose’ bijvoorbeeld, is voor mij een raadsel; It’s all over the place’. Het past wel bij Rihanna, maar ik kan er niet zoveel mee. Van ‘Love on the brain’ en ‘Higher’ kan ik zelfs alleen maar zeggen: doe maar niet. De zang lijkt meer op schreeuwen en muzikaal wijkt de stijl nogal af van wat je verwacht van Rihanna. Vooral ‘Higher’ lijkt opgenomen tijdens een fikse verkoudheid. Of het is de bedoeling dat het een jankerige klaagzang is door iemand die de hoge noten niet haalt.

Een paar nummers zijn echt Rihanna wat mij betreft. Zo zijn ‘Consideration’, ‘Work’ en ‘Desperado’ lekkere edgy nummers die het beste bij de opvallende zangeres en haar specifieke stemgeluid passen.
‘Never ending’ en ‘Close to you’ zijn wat mij betreft de fijnste nummers op het album. Het meest muzikaal en ze maken het meeste los. Het zijn, al dan niet toevallig, twee echte balads. Daarnaast blijft ‘Never ending’ door het fijne deuntje aardig in je hoofd zitten. Sowieso kunnen we RiRi op deze schijf niet uitbundig noemen. Verwacht geen explosieve dansvloerkrakers.

PRO of ANTI?
Het imago van mevrouw Rihanna zit misschien een beetje de muziek in de weg. Alle, al dan niet op waarheid berustende, verhalen, roddels en achterklap leiden af van de muziek. ANTI is een leuk album. De tijd zal leren of er veel tophits op deze schijf staan, ik waag het te betwijfelen.

Score: 70/100

Deze recensie verscheen op Partyflock.nl.

A State Of Trance Yearmix 2015

A State Of Trance Yearmix 2015 album coverArmin van Buuren mixte ruim twee uur aan tranceplaten aan elkaar die allemaal te horen werden in, minstens één van, zijn A State of Trance radioshows. Het is alweer de twaalfde editie van deze samenvatting van twaalf maanden trance. Fans en liefhebbers konden weer hun favoriete platen doorgeven. De selectie van tracks is dus niet louter op basis van de keuzes van Armin tot stand gekomen.

Oordeel
De intro met geklets over EDM en of het wel of niet een valide muziekstijl doet me werkelijk niets. Ik snap de toevoeging ervan niet. Heeft de mix echt deze rare redneck-intro nodig? Of blijkt hier dat ik de humor van een van mijn favoriete artiesten gewoon niet begrijp? Hoe het ook zij, snel skippen en lekker muziek luisteren! Waar ik mij onbekende muziekstijlen analytisch wil benaderen en graag gerichter luister naar de opbouw van een plaat en teksten tot mij neem, ervaar ik trance als mijn grote liefde en ik beoordeel in dit genre, misschien oneerlijk, meer op gevoel.

Vervelend aan een (year)mix met veel korte snippets is dat je de echt lekkere tracks slechts heel even snel voorbij hoort komen en niet in zijn geheel kunt luisteren. Net als je denkt ‘Oeh ja, lekker!’ wordt je alweer bruut onderbroken voor de volgende track. Een voordeel is natuurlijk het tegenovergestelde: een minder prettig nummer is ook weer snel voorbij. De eerste ruim twintig nummers vliegen in sneltreinvaart voorbij en pas bij de 22e track ben ik blij dat het een mix betreft: Denis Kenzo & Cari kunnen mij niet bekoren met hun ‘Be a dreamer’, haar stem beukt in op mijn irritatie, maar na krap twee minuten kunnen mijn nekharen gelukkig weer gaan liggen als Gemma Hayes het overneemt van Cari en tegen het einde van de 1:28 van Markus Schulz‘ ‘Destiny’ heeft de stem van Delacey me weer in ontspannen toestand doen wederkeren. Misschien blijkt uit bovenstaande al wel dat ik een enorm liefhebber ben van vocale trance en ik ben blij dat ‘Step Into The Light’ de selectie heeft gehaald. Christina Novelli mag mij elke dag in slaap komen zingen, prachtig! Gelukkig komt ze op deze eerste cd nog tweemaal langs tijdens ‘Paradise’ van Alexander Popov en LTN en iets later tijdens Marlo’s ‘Hold it together’.

Uiteraard heeft Armin ook genoeg eigen werk verwekt in de jaarmix. ‘Panta Rhei’ met Mark Sixma en ‘Hands To Heaven’ die hij met Rock Mafia maakte, zijn te vinden. Van zijn nieuwste plaat moet Armin uiteraard ook het een en ander vertegenwoordigen. De zeer succesvolle samenwerking ‘Another You’ met Mr. Probz is een logische keuze. Ik ben helaas nog niet gewend aan ‘Embrace’ en dit valt me weer op als ik Cimo Fränkel hoor zingen over ‘Strong ones’. Hij heeft een prima stem, de muziek klinkt ook goed, maar ik voel het niet. De prima remix van Deem ten spijt. De tracklist van de eerste schijf spreekt verder voor zich en voor mij zijn er geen buitengewoon opvallende momenten te bespeuren.

CD2
Er zijn twee schijfjes, maar dit is alleen vanwege ruimte. De twee vormen samen de totale yearmix en er is geen apart thema bijvoorbeeld. Al vind ik het tweede deel van de yearmix wel degelijk een andere sfeer hebben dan de eerste. Het is allemaal wat opgewekter. Ik krijg tijdens het luisteren wat vaker een glimlach op mijn gezicht. Nummers als ‘Never forget'(A & Z vs KeyPlayer), ‘In principio’ (Gaia), ‘101010 (The Perfect Ten)’ (Jorn van Deynhoven), ‘United’ (Fisherman & Hawkins & Gal Abutbul) en vooral ‘It’s killing me’ (Heatbeat) doen het natuurlijk prima wat dat betreft. Happy en uplifiting. Tegen het einde wordt het langzaam weer wat harder zonder frivole toevoegingen. ‘Droid’ en ‘Apex’ zijn niet bepaald afbouwende platen. De outro (‘Apparently’) is weer door mijn favoriete rednecks dus voor mij persoonlijk helaas geen fijne afsluiting van twee uur luisteren.

Slotsom
Armin van Buurens mix-skills hoeven we natuurlijk niet te bespreken. Die zijn flawless en ik kan geen punt van kritiek geven op het technische aspect. Wat betreft platenkeuze kun je altijd soebatten natuurlijk. Hoewel Armin momenteel toch wat stapjes van de trance af zet met zijn nieuwe album en samenwerkingen, is deze Yearmix natuurlijk (gelukkig!) op en top een vertegenwoordiging van het jaar 2015 in dit genre. Het is een weerspiegeling van het werk van oude bekenden alsmede jonge, frisse, nieuwe talenten. Uiteraard hebben de fans ook een vinger in de pap gehad doordat Armin voorzien werd van een lijst met nummers die een ieder heeft gewaardeerd. De keuze is hierbij overigens niet gevallen op zweverig, het is een minder luister- en meer dans-album. Een solide partystarter!

Score: 80/100

Deze recensie verscheen op Partyflock.nl.

Yellow Claw – Blood for Mercy

Blood for MercyEind november zag het album ‘Blood for Mercy’ het levenslicht en binnen enkele weken is de release zelfs op de eerste plaats in de USA terechtgekomen. De jongens hebben absolute toppers bereid gevonden mee te werken: onder meer Ty Dolla $ign, Tyga, DJ Mustard, Tiësto, Pusha T, Flux Pavilion, Becky G, Beenie Man en Barrington Levy verlenen hun diensten. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik geen superkenner ben van het genre trap. Ik was vooral nieuwsgierig naar wat de Nederlandse groep neer weet te zetten en heb ter voorbereiding vooral veel Yellow Claw geluisterd.

Waar de mixtapes van de groep soms wat ‘rommelig’ en onrustig zijn, is ‘Blood for Mercy’ consistent en vloeiend. Er is duidelijk zorg besteed aan de samenstelling. Het album is zeker een uithangbord van verschillende stijlen, maar het blijft te allen tijde herkenbaar Yellow Claw. De tracks ‘Lifetime’ met Tiësto en Kyler England en ‘Feel it’ met Naaz vallen wat dat betreft op. De nummers zijn rustiger, meer zanggericht en wat minder ‘rammen’, maar er wordt knap gecombineerd met het karakteristieke Yellow Claw geluid. Wat is karakteristiek Yellow Claw? Een goed feest! Geen moeilijk sentiment of melancholiek, maar knallen. En al vanaf track 1 zit je in een opperbeste stemming. Het maakt je vrolijk en stilzitten is lastig. ‘Drowning in Champagne’ is qua geluid daarom wat minder aan mij besteed. Het is trager en dempt mijn ‘stuiterstemming’ wat. Maar de tekst is natuurlijk wel ‘des Yellow Claws’. Gasten die on stage altijd een goed feestje bouwen en getuige de in september uitgekomen limited edition Jägermeister bottle, zijn ze ook niet vies van een alcoholische versnapering. Het is dat het nog geen borreltijd is terwijl ik het album luister, anders had ik die limited edition Jägermeister wel gemixt tot een lekkere cocktail terwijl ik met de ogen dicht fantaseer op de Turks- en Caicoseilanden in de zon te liggen. ‘Wild Mustang’ met Cesqeaux Ft. Becky G is namelijk een heerlijke tropische verrassing.

‘Ride Or Die’, een samenwerking met Dirtcaps Ft. Kalibwoy is lastig in genres uit te drukken. Het is hiphop met duidelijk een hardstyle-invloed. Ook ‘Nightmare’ heeft zo’n lekker intermezzo tijdens welke je je hardstyle-hart kunt ophalen. Sowieso zijn alle nummers enorm geschikt voor de dansvloer. De opbouw van de plaats is ook prima hiervoor. Rustig(er) starten met meer vocals en tegen het einde nog even lekker stampen op het hardere werk.

Conclusie
Ik heb echt genoten van ‘Blood for Mercy’! Uptempo, vrolijk en extreem dansbaar! Ik kan niet anders dan concluderen dat het echt een zeer verzorgd en muzikaal album is en dat ik me zeker wat meer ga verdiepen in trap!

Score: 85/100

Deze recensie verscheen op Partyflock.nl.

Ray Slijngaard – My Unlimited Life

VoorMy Unlimited lifedat ik de biografie ter hand nam, had ik al wat reacties gelezen. Het boek heeft namelijk aardig wat stof op doen waaien. Anita Doth sprak zich al snel negatief uit over de inhoud en ook de moeder en stiefvader van Ray zijn niet te spreken over het opgetekende verhaal. Ik was dus zeker extra geprikkeld en nieuwsgierig wat ik wijzer zou worden van de 264 pagina’s.

Bij het voorwoord ben ik verrast. De literaire hoogdravende volzinnen kan ik niet rijmen met het beeld dat ik heb van Ray Slijngaard. Ray van 2 Unlimited eigenlijk. Want die stempel raakt hij natuurlijk nooit meer kwijt. Hoe hard hij ook probeert iets anders op te bouwen en hoe hard hij ook volhoudt dat hij meer wil en verder wil, het zit aan hem vastgekleefd. En het heeft hem geen windeieren gelegd natuurlijk. En dat is meteen het thema van het boek: hoe hij als onderdeel van 2 Unlimited de wereld veroverde, feestte, zoop en awardshows deed met de wereldtop in de muziekbusiness en hoe hij fortuin vergaarde als entertainer. En ook hoe hij het fortuin weer kwijtraakte en jaren ‘aan de grond zat’.

Na het lezen over de ongekende successen van 2 Unlimited, zijn flirt met een volgens Ray welhaast stalkende Katja Schuurman, zijn ontmoetingen met wereldsterren, de beschrijving van de relaties met verscheidene vrouwen, vrienden en zelfs de penoze van Amsterdam heb ik eigenlijk weinig sympathie opgebouwd voor hoofdpersoon Ray. Of het door het vertelde komt of door de schrijver, weet ik eigenlijk niet. De laatste veertig bladzijden moet ik zelfs bijna met tegenzin doorworstelen. Het is meer van hetzelfde, maar dan in losse flarden. De hoofdstukken volgen als apart deel ‘overpeinzingen’, maar het voegt wat mij betreft niets toe aan het verhaal. De indeling van het boek is hierdoor onnatuurlijk. Er worden in de overpeinzingen namelijk zelfs karakters geïntroduceerd die in het levensverhaal niet voorkwamen.

Als ik het boek weer terugzet in de kast zie ik Ray als de goedgelovige, naïeve, feestvierende dodo in een wereld die hem tegenzat en mensen die hem misbruikten. Er staat tientallen keren ‘ik maakte ook fouten’, maar toch beklijft bij mij het gevoel dat we Slijngaard als slachtoffer moeten beschouwen. Dat alles hem overkomen is en hij er zelf niet echt bij was. Zeker ook door een gebrek aan begeleiding tijdens de jaren dat ze van nul tot ongekende hoogte stegen, maar als je ouder wordt, wordt je ook wijzer toch? Uit de keuzes die Ray maakte toen hij in zijn dal zat, vraag ik me af wanneer nou echt het besef komt dat hij misschien niet van doorslaggevende waarde was voor 2 Unlimited. Dat het een kwestie was van juiste personen, juiste plaats, juiste tijd…Zijn acties lijken ook vooral een herhaling van zetten en dezelfde valkuilen kan ie vaak ternauwernood of zelfs niet ontwijken. Zijn boodschap is ook nog eens hartstikke tegenstrijdig: hij heeft het over harmonie van thuis en de rust die hij zegt gevonden te hebben. Dat alle roem en rijkdom hem niet veel geluk hebben gebracht. Amper een alinea later begint hij echter over Anita die niet het grootse en meeslepende wil en dat hij zonder haar verder wil. Een plaat maken, feest brengen…

Conclusie
Misschien moet ik er wat minder analytisch en psychologisch naar kijken: het is een een vermakelijk boek waarin we een kijkje krijgen in het leven van Ray Slijngaard zoals het zich in zijn hoofd heeft afgespeeld en zoals hij het heeft beleefd en gevoeld.

Score: 65/100

Deze recensie verscheen op Partyflock.nl.